Verzekeringsplicht voor de werknemersverzekeringen

door Dik van Leeuwerden, Manager Kenniscentrum Wet- & Regelgeving

Datum: 5 december 2006

Vanaf 2005 is het loonbegrip voor de heffing van de premies werknemersverzekeringen (WW, ZW, WIA) en voor de loonheffing gelijk getrokken. Maar hoe zit dat nu precies met het begrip werknemers? Is iedereen die werknemer is voor de belastingheffing nu ook meteen verzekerd voor de werknemersverzekeringen? En wat is nu de status van een VAR? In dit artikel wordt een overzicht gegeven.

Wie is verzekerd voor de werknemersverzekeringen?

Iemand die jonger is dan 65 jaar en werkt ingevolge een arbeidsovereenkomst is verplicht verzekerd voor de werknemersverzekeringen. Ook ambtenaren die in publiekrechtelijke dienstbetrekking werken zijn verzekerd voor de werknemersverzekeringen. Ook als de arbeidsverhouding kan worden gelijkgesteld met een arbeidsovereenkomst is er sprake van verzekeringsplicht.
Het begrip werknemer in de werknemersverzekeringswetten wijkt dus af van het begrip werknemer in de Wet loonbelasting. Ook daar wordt een persoon die werkt in een dienstbetrekking als werknemer aangemerkt, maar is er geen beperking tot personen jonger dan 65 jaar. Ook als je ouder bent dan 65 jaar kun je voor de belastingheffing als werknemer worden beschouwd.
Een ander belangrijk verschil tussen de werknemersverzekeringen en de belastingheffing is ‘loon uit vroegere dienstbetrekking’. Iemand die loon uit vroegere dienstbetrekking geniet is niet verzekerd voor de werknemersverzekeringen.

De ‘echte’ arbeidsovereenkomst

Zoals bekend moet er voor het bestaan van een arbeidsovereenkomst worden voldaan aan drie criteria:

Het is niet noodzakelijk dat de arbeidsovereenkomst schriftelijk wordt vastgelegd. Bij toetsing of er sprake is van een werknemer en dus van verzekeringsplicht wordt altijd gekeken naar de feiten en omstandigheden. De meest recente jurisprudentie die op dit punt voor de werknemersverzekeringen is gewezen betreft de vraag of prostituees in dienstbetrekking zijn. Bijna vanzelfsprekend was er geen schriftelijke arbeidsovereenkomst.
Toch achtte de Centrale Raad van Beroep (CRvB) een dienstbetrekking aanwezig. Dit vanwege het organisatorische kader dat door de exploitant was gecreëerd. Tevens vond de CRvB het niet aannemelijk dat de dames zich willekeurig konden laten vervangen en werden de betalingen van de cliënten aangemerkt als een directe contraprestatie voor geleverde arbeid en dus als loon.

Verzekeringsplicht van rechtswege

Het betalen van de premie geen voorwaarde voor verzekeringsplicht. Als een persoon kan worden aangemerkt als werknemer of als een gelijkgestelde is hij van rechtswege verzekerd. In de werknemersverzekeringswetten wordt eerst getoetst of er sprake is van verzekeringsplicht en wordt in een later stadium bepaald dat er premie is verschuldigd. Zelfs als er dus geen premie is betaald kan een persoon een uitkering aanvragen als hij kan aantonen dat hij op grond van de feiten en omstandigheden werknemer (en dus verzekerd) was. Dit is de reden dat er bij controles door het Uwv strikt werd beoordeeld of er geen betalingen zijn gedaan aan personen die in feite verzekerd waren voor de werknemersverzekeringen.
Om te kunnen bepalen of er sprake is van een fictieve dienstbetrekking is er een Besluit uitgevaardigd. Dit Besluit bestaat al sinds december 1986 en wordt ook wel aangeduid als het ‘Rariteitenbesluit’. In dit besluit worden thuiswerkers, artiesten en beroepssporters onder voorwaarden onder de fictieve dienstbetrekking geplaatst. De meeste discussie en rechtspraak is ontstaan over de fictieve dienstbetrekking van gelijkgestelden.
Iemand wordt als gelijkgestelde aangemerkt als hij,

Als we deze criteria afvinken wordt er bij flexibele arbeidsrelaties van ‘freelancers’ al snel voldaan aan het de fictie. Zoals eerder vermeld zijn zelfstandigen uitgezonderd van de werknemersverzekeringen. De vraag doet zich dan voor wanner er sprake is van een zelfstandige. In de praktijk bleek dit voor een opdrachtgever niet altijd makkelijk om te toetsen. Vaak stelde het UWV achteraf, bij een controle dat er, gelet op de feiten en omstandigheden sprake was van een (fictieve) dienstbetrekking en dus van verzekeringsplicht.

Verklaring arbeidsrelatie (VAR)

Om partijen meer rechtszekerheid te geven bestaat de mogelijkheid de Belastingdienst te vragen een beschikking af te geven waarin wordt verklaard hoe de arbeidsrelatie wordt beoordeeld. Vanaf 2005 geeft deze VAR een rechtszekerheid voor de opdrachtgever als er sprake is van winst uit onderneming (VAR/WUO) of als de werkzaamheden worden uitgevoerd voor rekening en risico van een vennootschap (VAR/DGA). Heeft de opdrachtnemer een geldige verklaring dan is de opdrachtgever gevrijwaard van inhoudingen. Voorwaarde is wel dat er een kopie van de verklaring wordt bewaard en dat er ook een kopie van een geldig ID-bewijs van de opdrachtnemer wordt gemaakt. Let op! De opdrachtnemer is vanzelfsprekend niet verzekerd voor de werknemersverzekeringen!

De directeur-groot aandeelhouder DGA

Een van de meest belangrijke uitzonderingen op het werknemersbegrip in de werknemersverzekeringen is de DGA. Ook om te bepalen of iemand als DGA kan worden beschouwd is een Besluit uitgevaardigd. Tevens is er op dit punt veel jurisprudentie gewezen. In het algemeen kan worden gesteld dat de persoon die een zodanig percentage van de aandelen in bezit heeft dat hij niet tegen zijn wil kan worden ontslagen als DGA wordt aangemerkt en dus niet verzekerd is.

Zal de personenkring worden beperkt?

De SER heeft een advies uitgebracht omtrent de personenkring in de werknemersverzekeringen. Het betreft nog ‘slechts’ een advies en is zeker nog geen wetgeving. Het meest opvallende in het advies is dat de SER van mening is dat de personenkring van werknemersverzekeringen verder beperkt moet worden voor personen die incidentele- of gelegenheidswerk verrichten. Hierbij wordt met name gedacht aan vakantiewerkers en seizoensarbeiders. Het advies van de SER aan de Regering is om de beperking afhankelijk te laten zijn van de duur van de arbeidsrelatie. Gelet op de komende verkiezingen en de daaraan gekoppelde kabinetsformatie zal dit dossier naar verwachting niet eerder dan medio 2007 worden vervolgd.

Conclusie

De personenkring voor de werknemersverzekeringen is niet gelijk aan het werknemersbegrip in de Wet loonbelasting. Belangrijkste uitzonderingen zijn ‘loon uit vroegere dienstbetrekking’, personen van 65 jaar of ouder, zelfstandigen en DGA’s. Het is de verwachting dat de verschillen groter zullen worden als de Regering haar voorstellen zal presenteren om personen die incidenteel werken ook uit te sluiten van de verplichte verzekering voor werknemersverzekeringen.

 terug