terug

 

OSF voor opheffen waterschappen.

 

Het waterschap Regge en Dinkel welke in het grootste gedeelte van onze Provincie werkzaam is heeft in de afgelopen decennia heel veel meer gedaan dan zich alleen maar bezig houden met haar primaire taken zoals het zorgen voor droge voeten en het zuiveren van het rioolwater. Wat heeft ze zoal meer gedaan zonder dat dit aan de burger bekend gemaakt is danwel teruggekoppeld naar ons door de ons vertegenwoordigende bestuurders.

 

        1 Het waterschap heeft in het verleden een enorme zeperd van rond de 10 miljoen   

           Euro gehaald bij de deelname in de slibverbranding en de daarop volgende
           rechtzaken, geld wat u en ik nu weer bij elkaar sprokkelen in de vorm van deze
           heffingen. De verantwoordelijke bestuurders zijn nooit ter verantwoording
           geroepen door de Provincie die geacht wordt het waterschap te controleren.

        2 De groep ingezeten die hoewel ze getalsmatig het grootst is en qua heffingen het
            meest opbrengt heeft het minste stemrecht in de vorm van gekozen bestuurders.

            Het gros van deze vertegenwoordigers voor de groep ingezetenen
            blijkt zich nadat ze gekozen zijn te manifesteren als groene bestuurder en het
            belang van de ingezetenen die zij op zich genomen hebben ondergeschikt te
            maken aan de netwerken en de agenda’s waaruit zij voortkomen.  Dit ontaard dan

            in de vele natuur- en spelen met water projecten, die beslist geen waterschapstaak
            zijn

        3 De cofinancieringen en deelnames van het waterschap in projecten van de
           Provincie en diverse Gemeenten. Hier betaald de argeloze burger via een omweg
           wederom voor leuke plannetjes van diverse bestuurders.

        4 Het aandelenkapitaal in de waterschapsbank. Overtollig gelden die door jaren
           teveel betaalde heffingen uit arre moede hier maar op geparkeerd worden in plaats
           van het verlagen van de heffingen.

        5 De deelname in het aandelenkapitaal van bijv: Aquanet. Het is mijns inziens geen
           Waterschapstaak om te speculeren met gemeenschapsgeld.

        6 De diverse buitenlandse projecten in de vorm van bestuurlijke samenwerking die
           duidelijk geen waterschapstaak zijn, maar bij het Ministerie van ontwikkelings
           samenwerking thuishoort. Het levert voor de diverse bestuurders in de rol van
           hulpsinterklaas in elk geval leuke snoepreisjes op terwijl in deze landen op deze
           wijze een bestuurlijke elite in stand wordt gebracht met de bijbehorened
           burocratie waar de gemiddelde inwoner van dat land niet zit te wachten.
           Waar zitten/zaten ze zoal: Polen, Letland, Slowakije, Bosnië-Herzegovina,
           Egypte en India.

 

Dat deze bezigheden gevolgen hebben voor de hoogte van de heffingen van dit Waterschap is duidelijk. Leefbaar Overijssel pleit dan ook evenals de OSF voor het opheffen van de Waterschappen omdat zij veel meer doen dan is toegestaan, het een verzamelplaats is geworden van diverse hobbyclubjes, de controle van de Provincie vaalt en de toegevoegde waarde van deze instituten voor de burger allang niet meer zichtbaar zijn.

De OSF heeft de behandeling van de Wet modernisering Waterschapbestel (230601) aangegrepen om een aantal kritische vragen te stellen over het functioneren van de Waterschappen. Het wetsvoorstel zelf omvat aanpassingen in zowel de taakomschrijving, de bestuurssamenstelling en de verkiezingen als ook in het heffingenstelsel van de Waterschapswet, waarbij vereenvoudiging, vergroting van de transparantie en van de democratische legitimatie de uitgangspunten zijn van deze wetswijziging. De Waterschapswet is op zichzelf genomen voor de OSF een aanzienlijke verbetering, alhoewel er nog wel enkele vraagpunten liggen, maar wat wel blijft staan is dat de OSF tegen aparte waterschappen is en die liever bij de provincies zouden onderbrengen.

Niet toekomstbestendig’

Hendrik ten Hoeve, die ook namens de fractie van D66 inbreng leverde vroeg dan ook om een ‘toelichting op het principale punt: de toekomstbestendigheid van de zelfstandige taken en bevoegdheden van waterschappen’.

Hendrik ten Hoeve

De fracties vinden dat de regering wel heel gemakkelijk de modernisering heeft ingevoerd binnen de bestaande institutionele kaders. Ten Hoeve: ‘en dat terwijl er volop discussie is over de taak en omvang van gemeenten en onder andere de inrichting van het provinciaal stelsel’. De fracties zijn op zich blij met het zoveel mogelijk reguleren van de waterschappen naar analogie van de provincies en gemeenten. Dit laatste geldt bijvoorbeeld ook voor het Expliciet opnemen van de eed- en belofteformules in de Friese taal.
Maar: ‘in tegenstelling tot de regeling bij de provincies en de gemeenten wordt voor het waterschap naast de vertegenwoordiging van de ingezetenen in het bestuur een aparte vertegenwoordiging voor de 'specifieke belangen' in stand gehouden. Voor deze specifieke belangen, bedrijven, natuur en agrarische sector, geldt dat hun belangen niet altijd gelijk op lopen. Desondanks worden zij in het dagelijks bestuur met één kwaliteitszetel vertegenwoordigt. Onze fracties menen dat door deze regelingen enerzijds het waterschap niet op basis van de normale democratische vertegenwoordiging kan functioneren, door de specifieke bestuursleden naast de algemene. Anderzijds zorgen deze regelingen ervoor dat de traditionele trits van belang, betaling, zeggenschap doorbroken wordt. De specifieke vertegenwoordiging, dus de zeggenschap, is namelijk zeer beperkt vergeleken met het aandeel in de betaling’.

Waterbeheer niet links of rechts

‘Blijft er niet een systeem over dat aan niemands eisen echt tegemoet komt? En moet dan niet de conclusie getrokken worden dat een radicaler systeemwijziging, namelijk opheffing van de waterschappen, uiteindelijk toch als enige echte oplossing gezien moet worden?
Het democratisch verkiezen van het bestuur van waterschappen veronderstelt het hebben van
beleidsvrijheid. Kan de minister aangeven hoe die beleidsvrijheid vertaald wordt naar voor de inwoners concrete zichtbare verschillen in beleid? En waaruit blijkt dat die verschillen voortkomen uit politiek

Gedreven waarden?

Anders dan de verschillen in tariefstelling, zijn er bij weten van onze fracties geen ‘linkse’ of ‘rechtse’ waterschapsbesturen. Daaruit leiden de fracties af dat ‘zeggenschap’ vooral vertaald wordt naar het uitoefenen van toezicht. Kan de minister hierover eens reflecteren?’
Ten Hoeve stelde hierbij nog een aantal vragen. Hij wilde weten waarom gekozen wordt voor
kiesdistricten, terwijl ook het Kabinet de voordelen van evenredige vertegenwoordiging lijkt in te zien, en mede gelet op het feit dat de specifieke belangen (die in een in te stellen afzonderlijk kiesdistrict misschien sterker naar voren zouden kunnen komen) toch al een
afzonderlijke vertegenwoordiging in het algemeen bestuur krijgen. Verder wil Ten Hoeve dat in kaart gebracht wordt hoe de kosten van de huidige opzet zich verhouden tot die van een afgeslankte vorm. Tenslotte wil hij ook weten waarom voor de watersysteemheffing in de heffingscategorie ongebouwd ook de infrastructuur wordt meegeteld. De waarde van infrastructuur ligt per oppervlakte eenheid immers vele malen hoger dan van landbouwgrond.
‘Betekent dit niet dat eigenaren van agrarische grond mede worden aangeslagen voor de waarde van de infrastructuur?

 

JV 2008