Armen komen moeilijker rond
Laatst gewijzigd: 18 december 2007 14:09
DEN HAAG - Arme mensen hebben in Nederland steeds vaker moeite de eindjes aan elkaar te knopen. Vorig jaar zei bijna de helft van de huishoudens met een laag inkomen (870 euro netto per maand voor een alleenstaande) moeilijk tot zeer moeilijk rond te komen. Dat is bijna een verdubbeling ten opzichte van 2001.
Dat blijkt uit de Armoedemonitor 2007 van het Sociaal en Cultureel Planbureau en het Centraal Bureau voor de Statistiek, die zij dinsdag hebben overhandigd aan staatssecretaris Ahmed Aboutaleb (Sociale Zaken). Net als vorig jaar voorspellen de instituten voor de komende jaren een daling van het aantal mensen in armoede. Maar rondkomen met een laag inkomen gaat wel moeizamer.
Aboutaleb constateerde dat het "grosso modo goed gaat" en wees erop dat Nederlanders tot de top drie van rijkste EU-burgers behoren. "Maar ik laat me niet in slaap sussen", zei hij. De PvdA-bewindsman vreest voor een onderklasse die moeilijk kan meekomen in de welvaart. Hij maakt zich vooral zorgen over kinderen die opgroeien in armoede en minder kansen krijgen.
Van de ruim 6,6 miljoen huishoudens in 2005 hadden er iets meer dan 660.000, ofwel 10 procent, een laag inkomen. Naar verwachting is dat in 2008 gedaald naar 476.000 huishoudens (7,9 procent). Het meest kwetsbaar zijn mensen met bijstand, niet-westerse allochtonen en eenoudergezinnen met kinderen. Bijna twee derde van de lage inkomens zegt geen geld te hebben om versleten meubels te vervangen. Ook kan meer dan de helft het zich niet veroorloven een week op vakantie te gaan. Ruim een op de tien arme huishoudens heeft te weinig geld voor het verwarmen van het huis of voor om de dag een warme maaltijd.
Van de circa 3,4 miljoen kinderen onder de 18 jaar in 2005 leefden er 310.000 (9,1 procent) in een gezin met een laag inkomen. Bovendien groeide ruim een op de twintig kinderen (185.000) op in een huishouden met net genoeg geld voor de basisbehoeften (770 euro netto per maand voor een alleenstaande). Veel van de gezinnen zeggen ook onvoldoende geld te hebben voor uitgaven die voor kinderen belangrijk zijn. Ruim twee derde kan niet op vakantie. Drie op de tien gezinnen kan niet dagelijks een warme maaltijd op tafel zetten. Vier op de tien kan zich geen internet veroorloven, terwijl ongeveer een derde van de kinderen geen lid is van een sportclub of vereniging.
Verder telt ons land 175.000 werkende armen in een baan van ten minste 24 uur per week. Zes op de tien van hen zijn aan de slag als zelfstandig ondernemer. De meeste werkende armen kunnen ook moeilijk hun inkomenspositie verbeteren door meer te gaan werken, want 138.000 hebben al een voltijdsbaan.
Aboutaleb stelde verder tevreden vast dat "de mythe is doorgeprikt" van de zogeheten armoedeval. Zo blijkt het verlies van bijvoorbeeld huursubsidie nauwelijks invloed te hebben op het zoeken naar een baan door werklozen.